Veiligevaart.nl wilt u graag informeren over de regels met betrekking tot veilig varen.


Per categorie boot zijn er verschillende benodigdheden die u aan boord moet hebben. Voordat u gaat kijken naar de regels die voor u gelden is het belangrijk om te weten of er voor uw vaartuig een vaarbewijsplicht geldt.

Voor de volgende vaartuigen geldt een vaarbewijsplicht:

  • Pleziervaartuigen die sneller kunnen varen dan 20 km/u (inclusief waterscooters, jetski’s en rubberboten)
  • Pleziervaartuigen met een lengte van 15 tot 25 meter
  • Vaartuigen van 15 tot 20 meter die worden gebruikt voor bedrijfsmatig vervoer

Of je vaarbewijs 1 of 2 nodig hebt hangt af van waar je gaat varen. Hiervoor verwijzen we u naar de VAMEX die de vaarbewijzen uitgeeft en er informatie over verstrekt.

Bent u geslaagd voor het examen:
Klein vaarbewijs 1  Dan staat er op uw pasje VBI
Klein vaarbewijs 2 (KVB2) Krijgt u geen vaarbewijs pasje
Klein vaarbewijs 1 en 2 Dan staat er op uw pasje VBII

De schipper hoeft niet zelf aan het roer te staan

De schipper is volgens het vaarreglement degene die de navigatie leidt, hij hoeft niet zelf aan het roer te staan. U mag dus rustig iemand laten sturen zonder vaarbewijs. Let er wel op dat degene die stuurt minimaal 18 jaar is en dat de gene met zijn vaarbewijs onmiddellijk kan ingrijpen.

Als uw boot niet sneller is dan 20 km/u en kleiner is dan 15 meter dan hoeft u officieel geen vaarbewijs te halen. Het gaat om de combinatie boot plus motor en de snelheid die de boot KAN bereiken. Het is in ieder geval raadzaam om een vaarbewijs te halen. De kennis die u heeft opgedaan word beloond in de praktijk.

Let op: in het buitenland kunnen afwijkende eisen gelden. Ze kijken daar soms naar meer dan het aantal pk’s van je boot.

Wat moet ik verplicht aan boord hebben? (voor een boot die minimaal in de VBI categorie valt)

Tijdens het varen moet u de regels van het BPR (binnenvaart politie reglement) en RPR (Rijnvaart politie reglement) in acht nemen.

Verlichting
Het is niet verplicht om navigatieverlichting op uw boot te hebben, indien u alleen overdag met goed zicht vaart. Als u s’nachts vaart of met slecht weer, dient u wel te varen met navigatieverlichting.
Het type boot bepaald welk licht er gevoerd moet worden. Hierin wordt er onderscheidt gemaakt tussen een zeilboot en een motorboot.

Zeilboot – Bij een zeilboot kleiner dan 7 meter kunt u het best kiezen voor een rondom schijnend wit licht in de top van de mast. Volgens het vaarregelement moet u een tweede licht (bijv. een zaklamp) schijnen als er  tegemoet komend verkeer op u af komt varen. Zodra u de motor op een zeilboot gebruikt gelden hiervoor de regels van een motorboot. Indien uw zeilboot groter is dan 7 meter dan dient u boordlichten (rood, groen) en heklicht (wit)  te voeren. De zaklantaarn heeft u dan niet meer nodig als extra verlichting. U kunt er ook voor kiezen carnavalslicht (boordlicht en heklicht ineen) te voeren. Dit houd in dat u rondom verlichting voert in de top van de mast.

Motorboot – Als u met een motorboot gaat varen moet u ook rekening houden met de verschillende reglementen. In het BPR reglement gelden andere regels dan in het RPR reglement, dit is afhankelijk van het gebied waar u gaat varen. In het RPR-gebied moet u een toplicht, boordlichten en een heklicht hebben. In plaats van het toplicht en het heklicht mag u ook een rondom schijnend licht laten zien. In het BPR gebied kunnen andere regels gelden m.b.t. verlichting. Wij adviseren u om de verlichting op orde te hebben en hier geen uitzonderingen voor te maken.

De richtlijnen voor de zichtbaarheid van de navigatieverlichting. Hierbij kunt u het beste de richtlijnen nemen die ook gelden voor op zee.
Voor schepen tot 20 meter lengte:
Toplicht, heklicht en een rondomschijnend licht 3 zeemijlen zichtbaar.
Voor de boordlichten 2 zeemijlen zichtbaar.

Brandblusser
De brandblusser die aan boord moet zijn van een snelle motorboot (vb1 – >20km/u) dient een minimale inhoudt te hebben van 2kg. Vaak wordt er gekozen voor een poederblusser of een schuimblusser. Voordat u een blusser aanschaft is goed om na te gaan wat voor effect iedere blusser geeft. De nadelen van een poederblusser zijn de korte blustijd en de nevenschade die ontstaat door de poeder. Een schuimblusser blust langer maar heeft een minder blussend vermogen. Bovenal is het belangrijk dat u weet hoe u moet blussen. Wij raden u daarom aan een cursus te volgen en uzelf goed in te lezen.

Reddingsvesten
Wij adviseren u voor elke opvarende een reddingsvest aan te schaffen. Bekijk bij het aanschaffen van een reddingsvest naar de specificaties (Newton, draagkracht, maat).